Hoe bouw ik in 10 jaar een zeilend linieschip...
een schip van 74 stukken


Helaas, de reconstructie van het stoere, in 1782-'83 in Delfshaven gebouwde, linieschip 'Delft' (1783-1797) gaat er niet komen, zoveel is mij inmiddels wel duidelijk geworden. Jammer van mijn jarenlange inzet en bemoeienis als vrijwilliger / medewerker, en die van zovele anderen, in het streven om deze droom te verwezenlijken.

Het benodigde kapitaal overstijgt vele malen de aanvankelijke raming. Er blijkt niet alleen regionaal maar zelfs landelijk onvoldoende (financieel) draagvlak te zijn voor deze ambitieuze scheepsreconstructie. Niet dat er in de 13 jaar dat het project (in 2011) bestaat ooit iemand vanuit het bestuur met een steekhoudend en overtuigend ondernemersplan op de proppen is gekomen, en dan bij voorkeur één dat ter ondersteuning en argumentatie zou kunnnen dienen voor het succesvol creëren van bovengenoemd draagvlak. Dat was er even bij ingeschoten, lijkt het...

Niet alleen het reconstructieproject ontbreekt het aan populariteit. Ook het linieschip 'Delft' zelf heeft een imagoprobleem. Na de suprematie van onze zeemacht in de 17e eeuw stelde in de tweede helft van de 18e eeuw de Nederlandse vloot niet veel meer voor in termen van maritiem gewicht. Deze was al vanaf het begin van die eeuw in toenemende mate ingekrompen, terwijl vooral de Engelse marine zich stevig had uitgebreid. Na afloop van de "Seven Years' War" in 1763 was Groot-Brittanië dan ook oppermachtig op het water. Hoewel de kwaliteit van onze scheepsbouwnijverheid en daarmee die van onze linieschepen nauwelijks onderdeed voor die van de concurrerende zeemachten, waren ze er qua aantal en bewapening niet langer tegen opgewassen. Bovendien waren ten gevolge van de politieke onzekerheid in het derde kwart van de 18e eeuw - de machtsstrijd tussen de Oranjegezinden en de Patriotten (later Fransgezinden) - de officieren vaak weinig gemotiveerd en de bemanningen slecht getraind. Een blauwdruk voor teloorgang. Onze vloot won in de 18e eeuw dan ook niet langer de tot de verbeelding sprekende zeeslagen van weleer.

Op een eigen glorieuze staat van dienst kan onze 'Delft' trouwens ook al niet bogen, het schip is hoogstens "interessant gezonken", wat heeft geleid tot een geidentificeerd scheepswrak van een linieschip.

Kortom: hoewel de Delft een prachting en met zijn voor een tweedekker beperkte en daardoor economisch verantwoorde afmetingen ook een typisch Nederlands oorlogsschip was *¹), ben ik ervan overtuigd dat de bovenstaande "analyse" grotendeels het probleem definiëert wat betreft het vinden van voldoende kapitaal. Toch denk ik dat een reconstructie van zo'n prachtig laatachttiende-eeuws linieschip mogelijk is. Moet het dan kleiner? Nee, ik denk dat het groter moet! Een iets groter schip voor een veel grotere doelgroep.

Met alleen de vaststelling dat we een of ander groot 18e-eeuws zeilend oorlogsschip willen nabouwen zijn we er natuurlijk nog niet. Om te kunnen slagen (in casu het vereiste draagvlak vinden) moeten de volgende hoofdzaken helder zijn (de bekende 5 W's in marketing en journalistiek): WAT gaan we bouwen, voor WIE doen we dat, WAAR/WAARMEE kunnen we die "wie" bereiken en WAAROM hebben die daar baat bij. En ook: WANNEER willen we resultaten zien. Uit de antwoorden op die vragen volgt het HOE.


Het enige linieschip dat regelmatig als iconisch wordt aangeduid is het "74-gun ship".
Waarom was dit "third rate ship" zoveel populairder dan een "fourth-rate" van ca. 50 stukken zoals de 'Delft'? Welnu, de linieschepen werden in de tweede helft van de 18e eeuw steeds groter ontworpen en zwaarder bewapend. De kleinere fourth-rates werden door de Engelse Admiraliteit na 1755 gedurende decennia nog nauwelijks gebouwd. Hoewel het nog steeds met succes werd ingezet ter begeleiding van konvooien, voor de kaapvaart, de lange zeereizen naar de koloniën of vlagvertoonreizen *¹), vond men het type te licht bewapend om te kunnen deelnemen in de gevechtslinie. Qua promotie is dat een lastig verhaal voor een linieschip. Daarom, hoewel niet wezenlijk anders, is die populaire 74-stukken versie van het napoleontische linieschip marketing-technisch veel minder moeilijk te "verkopen". Dat geldt zowel voor de bouw- als de exploitatiefase. Het scheepstype spreekt blijkbaar zozeer tot de verbeelding dat het zelfs regelmatig opduikt in computer-battlegames.

Alle westerse zeemachten beschikten over dit succesvolle type zeilschip, maar nergens is er nog één in het echt te bewonderen. Dit schip kan gebouwd worden als een Europees project met bijbehorend draagvlak. Niet langer als een specifiek schip uit ons verleden, maar als historische synthese van dit scheepstype. Daar komt bij dat er van 74-ers, in tegenstelling tot de 50-ers, meerdere Nederlandse, Engelse en Franse scheepsmodellen, beschrijvingen en bouwplannen beschikbaar zijn die kunnen dienen als kennisbron c.q. historische verantwoording.

Als dat gebeurt komt er een écht zeilend schip en geen vleugellam drijvend partycentrum, wat de laatste jaren als het hoogst haalbare voor de 'Delft' werd aangemerkt. Dat te bouwen schip móet trouwens wel kunnen varen, want de medesponsorende landen zullen het resultaat van hun bijdragen uiteraard geregeld in de eigen havens willen zien, ruiken en voelen, kortom: beleven. Alles is digitaal te simuleren, maar niets evenaart de werkelijkheid...

 

Concept: de bouw van het Europese linieschip '(Erasmus?)'


Het 2-deks linieschip van 74 stukken is een symbool van:

  1. De Europese houten scheepsbouwkunst, die in dit scheepstype een technisch hoogtepunt bereikte: zowel gekenmerkt door de robuuste bouw van de dikwandige eiken romp met de vele geschutspoorten als het immense zeiloppervlak en de goede vaareigenschappen. Het houten linieschip bereikte rond 1800 haar meest ontwikkelde vorm.
  2. Historische 18e-eeuwse Europese zeemachten en strijd: bravoure, kracht, spanning, vindingrijkheid en geweld. (Er ligt zowel een fascinerende schoonheid als een onuitsprekelijke gruwel in een 18e-eeuwse zeeslag)
  3. Europese eenheid, waardoor
    a. dit bijzondere schip kan worden gebouwd en gezeild
    b. gewelddadig oorlogstuig als dit niet meer nodig is om individuele nationale machts- en handelsbelangen veilig te stellen


Model van het linieschip Vrijheid (1782-1797) van 74 stukken. Het model is ongelooflijk gedetailleerd. De vroegste vermelding van het model dateert uit 1785, toen het naar de commissarisen van de Admiraliteit te Rotterdam werd gestuurd, die de plaats van de naam op het schip moesten bepalen. In 1818 werd het van Amsterdam naar de modellenverzameling in Den Haag gebracht. De Vrijheid was 179 voet lang (ca. 70 mtr, dus zo'n 7 mtr langer dan linieschip Delft) en werd in 1782 te Amsterdam gebouwd door W.L. van Ghent. Het snijwerk werd uitgevoerd door Anthonie Ziesenis. Het was het Nederlandse vlaggenschip tijdens de Slag bij Kamperduin (11 oktober 1797) onder commando van Vice-admiraal J.W. de Winter en werd na zware averij door de Engelsen genomen. Bron: rijksmuseum.nl

Doelgroep

Iedereen in Europa met het navolgende profiel:
(Model)Scheepsbouw enthousiastelingen, nautisch en historisch geïntresseerden, musea, historici, instellingen en (al dan niet politieke) organisaties die cultuur en cultureel erfgoed in het vaandel dragen, zeemachten, liefhebbers van het piraten- en zeilschepengenre (film en boek), zeezeilers, zeevaartindustrie, video- en filmproductiemaatschappijen, wetenschappelijk en historisch georiënteerde tv-zenders en uitgevers, houtbouw en houtverwerkende industrie


Exploitatie

Exploitatievormen: het schip kan gebruikt worden voor

  • Grote internationale groepen die leren als een team te werken tijdens de vaart
  • Verkrijgen en verspreiden van historisch inzicht door wereldwijde bezoeken, demonstraties en exposities
  • Politieke en zakelijke statements (expo's, conferenties) over het belang van internationale samenwerking
  • Historische film- en tv-producties (repareerbare beschadigingen aan dit schip vormen geen probleem)

Exploitatievoorwaarden

  1. Het schip moet zelfstandig en identiek aan het origineel kunnen zeilen, want anders is het geen zeilschip. De illustratie die deze pagina siert lijkt mij tevens illustratief voor deze stelling.
  2. Het schip moet, i.v.m. internationale regelgeving voor schepen van dit formaat, zelfstandig motorisch kunnen varen en manoeuvreren. (voorbeeld: www.ecotanker.nl)
  3. Er moeten internationaal toegestane voorzieningen zijn om een bezetting van ca. 200 koppen te kunnen faciliteren. Niet alleen de aandrijving, bekabeling, brandmelders en blusmiddelen, maar ook de inbouw van een (rolstoel)lift en moderne sanitaire voorzieningen zullen in de bouwplannen moeten worden meegenomen. Ondanks deze onvermijdelijke compromissen mag het schip bij oppervlakkinge beschouwing niet te onderscheiden zijn van een origineel 18e-eeuws linieschip ) .
  4. De diepgang *³) mag niet zodanig zijn dat het afmeren in belangrijke zeehavens onmogelijk is.

Financiering

Streefbedrag: 12 miljoen euro per jaar gedurende 10 jaar

Via: donateurs uit europese landen, te benaderen en te informeren via (model)scheepsbouw forums, wargame forums, scheepsbouw en scheepvaart gerelateerde magazines, tv-zenders (BBC, History Channel, Discovery Channel, National Geographic, Channel 4, etc)

Inkomsten: 1 miljoen leden doneren 15 euro per jaar (of 75 euro ineens voor de volle 10 jaar van de bouw), recht gevend op maandelijkse downloads en permanent toegang tot de werf tijdens openingsuren.

Te benaderen landen/taalgebieden

Landen die in de 18e eeuw linieschepen gebruikten in volgorde van superioriteit/bekendheid
Engeland, Frankrijk, Denemarken, Spanje, Nederland, Rusland, Duitsland

Prioriteit: Het belangrijkste taalgebied inzake de communicatie is Engels (grootste taalgebied), daarna resp. Frans en Spaans omdat het doelgroepen betreft met een gebrekkige kennis van de Engelse taal. Met name de Fransen zijn een belangrijke doelgroep in dit project: er was in de 18e eeuw veel uitwisseling van scheepsbouwkennis tussen Frankrijk, Engeland en Nederland.


10-jaren plan voor de bouw

Voorwerk

  • Het aantrekken van internationaal erkende en historisch onderlegde houtscheepsbouwers.
  • Het "europese" linieschip bepalen: bv. Hollandse beeldwerken, Engelse bouwmethode (met - als de max. diepgang het toelaat - een "orlop deck" of een "walk" (klein hekbalkon) zoals de Engelse HMS Bellona of de Franse l'Artésien), Franse inrichting en kleurstellingen etc. opdat elk participerend land de kenmerken van de eigen 74er erin kan herkennen!
  • Schip volledig in autocad zetten om van alle onderdelen de afmetingen/verhoudingen te kunnen bepalen
  • Internationaal communicatie systeem opzetten
  • Hout bestellen, dan wel reserveren
  • Promotie met internationaal bekende "kapiteins": Johnny Depp (Jack Sparrow), Ioan Gruffudd (Horatio Hornblower TV-series), Russell Crow (Jack Aubrey in "Master and Commander")
  • Scheepswerf en gebouwen aanschaffen en inrichten
De kiellegging is de start van het 10-jarenplan. Daaropvolgende ijkpunten kunnen oa zijn:
  • voor- en achtersteven / gestrookte spanten op kiel
  • berghouten, steun- en dekbalken
  • scheepshuid
  • dekken en trappen / bovenspiegel
  • binnenhuid / dekindelingen
  • galjoen / scheepssier / binneninrichting
  • technisch binnenwerk: scheepsmotor en ankerlier voor 2 ankers / pompen / kaapstanders
  • masten / stengen
  • ra's / staand want / lopend want - ankers, ankertouw en kaapstanders
  • zeilen / geschut / ankers

Toegevoegde elementen zoals de boten, ankers, kaapstanders en geschut kunnen ook in de samenwerkende landen worden vervaardigd.


communicatie

  • Contactpunten (kantoor) en ambassadeurs in elk Eropees land, bij voorkeur in een historische 18e-eeuwse scheepsbouwstad
  • Een website in de taal vam elk land, waarbij het historisch en technische accent ligt op zaken die voor dat land het meest relevant zijn
  • Internet communicatie systeem om donateurs maandelijks te informeren over vorderingen en gerelateerde downloads aan te bieden.
  • Alle bouwplannen, in schets of autocad, moeten na goedkeuring online. Hoe meer modelbouwers meebouwen, hoe beter.
  • Internationale televisiezenders die maandelijks verslag gaan doen van de bouw volgens de 10 jaren planning

Scheepswerf

Organisatie van de locatie

Deze bestaat uit drie zelfstandige onderdelen omdat elk ervan een ander hoofdbelang dient.

scheepswerf (kerndoel) - opleidingen (leerwerkbedrijf) - horeca (ondersteunend)
bij voorkeur met elk een locatie in eigen beheer, aansluitend op het werfterrein

Organisatie van het scheepswerf team

Samenstelling kader
  • Manager (commercieel)
  • Bedrijfsleider (technisch, werkvloer & gebouwen)
  • Scheepsbouwmeester (technisch, bouw schip)
    sub: Scheepsbouwers
  • Administratie (loon en leden/sponsors)
  • Manager communicatie/promotie
    . web
    . nieuwsbrieven
    . contact media
    . internationaal coordinator ambassadeurs
    . vormgeving media uitingen
    . organisatie en vormgeving bezoekerscentra

Voor sommige onderdelen is een vaste aanstelling voor werknemers wenselijk (projectduur) ivm. de consistentie. Verder zijn er inhuurkrachten en vrijwilligers nodig. Ondersteunende vrijwilligersfuncties zijn denkbaar bij sponsoraquisitie, scheepstimmerwerk, scheepssier, meertalige voorlichting en rondleiding, historisch onderzoek, onderhoud gebouwen en terrein. Elke groep met een coördinator die terugkoppelt naar een verantwoordelijk leidinggevende.

Zeilbemanning i.v.m de exploitatie: Hiertoe zal een grote groep vaste vrijwiligers met ervaring als zeezeiler moeten worden gevonden en opgeleid.

De zelfstandige onderdelen horeca en opleidingen hebben hun eigen organisatie- en personeelsstructuur.

Externe intiatieven kunnen in overleg en al dan niet tegen vergoeding aanhaken: re-enactment, shantykoren, entertainment groepen, educatieve publieksactiviteiten (schoolprojecten, workshops)

 


voetnoot 1- voordelen van een 50-er: Hoewel kostbaarder in exploitatie dan een fregat was een 2-dekker wel een stuk indrukwekkender. Bovendien beschikte een 2-dekker over passende accomodaties voor zowel de gezagvoerder als een hooggeplaatste vlaggenofficier. Omdat een relatief kleine 2-dekker zoals een 50-er veel minder koppen nodig had dan een 74-er vanwege het kleinere aantal "stukken" bracht het gebruik daarvan aanzienlijk minder exploitatiekosten met zich mee. Om 1 kanon te bedienen waren 12 tot 16 man nodig, 6 tot 8 voor resp. het geschut en het terugloopwerk, afhankelijk van de geschutsgrootte. Dat kwam ruwweg neer op 250 tot 350 koppen minder: niet alleen minder gages maar ook minder benodigde leeftocht voor de duur van de reis.

voetnoot 2 - compromissen: Een exact nagebouwd historisch "74-stukken" linieschip, bv. een reconstructie van de Vrijheid of de HMS Bellona, is in deze tijd, vanwege de eisen die overheden stellen aan een nieuw zeegaand schip, niet als zodanig te bouwen of te exploiteren. Sommige van de originele materialen zijn niet meer te verkrijgen of de toepassing is zelfs verboden. Tevens is de aanwezigheid van mensen aan boord gebonden aan strenge regelgeving (bv. i.v.m. milieu en veiligheid). Ook daarom is het raadzaam een symbolisch-historisch in plaats van een historisch-exact linieship te bouwen. Alle onvermijdelijke voorzieningen dienaangaand kunnen dan al in de bouwplannen worden opgenomen, teneinde deze zo low-profile mogelijk te houden. (Implementatie van innoverende technologie waar aanpassing nodig is kan het schip zelfs voor een breder publiek interessant maken!) De essentie van de historische beleving van een authentiek varend linieschip wordt in dit onvermijdelijke compromis het minste aangetast.

Voetnoot 3 - diepgang: Nederlandse linieschepen hadden in de 18e eeuw rekening te houden met verzande havenmonden en zandbanken voor de kust. Dat leidde ertoe dat ze lichter van constructie en met minder diepgang (onderwaterschip) werden ontworpen dan de Engelse schepen. Het nadeel van de geringe diepgang was ten eerste een grotere neiging tot verleien en ten tweede het niet zinvol kunnen gebruiken van een doorlopend dek onder de waterlijn voor het onderbrengen van de "dienstruimten", zoals het Engelse "orlop deck" (Nederlands: koebrugdek). Hier als pdf. Op een normaal dek stond een man van gemiddelde lengte al met het hoofd tegen de dekbalken, nog minder hoofdruimte werd daarom op een oorlogsschip minder nuttig geacht dan een indeling van het ruim met een discontinue reeks van tussenvloeren, toegericht op het specifieke gebruiksdoel.

een schip van 74 stukken
Voorbeeld van een aantal dekken op verschillende hoogte in plaats van een doorlopend dek onder de waterlijn.



Nautische bronnen:
    Angus Konstam - British Napoleonic Ship-of-The-Line
    Brian Lavery - Anatomy of The Ship - The 74-gun Ship Bellona 1760
    Brian Lavery - Arming and fitting of English Ships of War 1600-1815
    Blaise Ollivier - 18th Century Shipbuilding, Remarks on the Navies of the English & the Dutch
    Jean Boudriot - The Seventy-Four Gun Ship
    Jean Boudriot - A Privateer's Vessel Bonhomme Richard
    J.F. Fischer Fzn - De Delft
    Peter Goodwin - Construction and Fitting of the English Man of War 1650 - 1850
    Rif Winfield - The 50-Gun Ship

[terug]     [poster]