VOORBLAD - INLEIDING - 1400-1700 - 1700-1900 - ERFGOED - PERSOONLIJK - WEBLINKS
Erfgoed - Herinneringen terug naar het erfgoed-overzicht    



Op deze pagina vindt u de persoonlijke herinneren van Delfshavenaars, en verhalen uit hun overlevering.

Wilt u uw eigen herinnering aan deze pagina toevoegen, neemt u dan contact met mij op: . Hoewel ik niet op voorhand kan beloven dat ik alle verhalen hier publiceer, stel ik reacties altijd op prijs.



De Boot van de Zeeverkenners
, door de heer Huib van 't Hoff

Historisch Delfshaven: Jacobus Willem van Brederode
De oude mijnenveger die in de Kolk lag was het thuishonk van de Zeeverkenners, als mij goed herinner was dit groep 30 of 31, Het schip was genaamd "Jacobus Willem van Brederode" en heeft daar in de jaren 60 in ieder geval gelegen.

In de jaren 60 is het van zijn plaats geweest om te worden gerepareerd bij de scheepswerf van "Niehuis van de Berg". Dit was een enorme operatie en trok veel bekijks want de brug over de Kolk moest open en aangezien er geen motor in de boot zat moest er een sleper aan te pas komen.De brugwachter van de Lage Erfbrug is een aantal uren bezig geweest om de sloten en sluitpennen van de brug open te krijgen. Er was toen nog een open verbinding met de Maas via de Schiemond en ze waren afhankelijk van het tij. De boot moest met hoogwater worden versleept want bij laag water lag de boot vast in de bagger. Op de foto is te zien dat dit niet gelukt is want deze is gemaakt met laag water. Het water was nadat het schip weg was enige tijd zwart van de bagger die omhoog gekomen was. Later is het schip verhuisd naar de Voorhaven en heeft nog enige tijd gelegen aan de kade van "Tromp & Rueb Azijnfabriek" aan de zuid/westzijde van de Voorhaven". De groep is toen opgeheven en het schip is verkocht.

De verkennersgroep had nog een aantal andere schepen naast de mijnenveger liggen, er lag een zeilboot genaamd "Frans van Brederode" en een aantal vletten die o.a. "Jan" en "Walraven" heette.

foto: Gemeentearchief van Rotterdam    

Een aanvulling door John Hennink, Hellevoetsluis

Ook ik ben lid geweest van de padvindersgroep die op de mijnenveger in de Kolk in Delfshaven heeft gelegen. Ik heb een paar aanvullingen op de tekst van Van 't Hof.

  • De padvindersgroep was groep 30 met de naam Jonker Frans van Brederodegroep. Akela in mijn tijd ('63 - ?) was Mevrouw Mulder uit de Taandersstraat. Akela bij de welpen.
  • Leiding die ik me vaag nog kan herinneren, waren Berkhout (Bagheera) en twee zussen (De Bruin?) uit de Hoekse straat in Rotterdam-Noord (Wontolla en Raksha). Ook de naam Wielaart doet bij mij een bel rinkelen.
  • De kleur van de dassen was helder oranje met een donkerblauwe rand.
  • Groep 30 is volgens mij niet opgeheven, maar samengegaan met groep 2, Van Speijk, die een clubhuis had op de Schuttevaerweg (was toen van de Schie gezien het laatste clubhuis).
  • Het schip kan verkocht zijn, maar dat geloof ik niet zo. Het is aan zijn eind gekomen in een brand, die gesticht was als oefening voor de brandweer.
  • De vloer in het ruim liep niet helemaal door tot de scheepswand. Ik denk dat daar in de loop der jaren voor een vermogen aan tennisballen onder vedwenen is.
  • Het welpenhol lag voor het ruim. De verlichting bestond uit gaslampen met kousjes.

Als er buiten gespeeld werd, dan liepen we altijd naar Schiemond. Namen van leden die ik me nog kan herinneren: Twee broers Landa (Ron en Ruud?), Edwin en Frank Jacobs - Frank was bij de zeeverkenners, Leo van Leeuwen.

Er komt vast nog meer boven...


Mijn naam is Harm Jager en ik heb in mijn jonge jaren in Delfshaven gewoond.

Ik heb de website over historisch Delfshaven verslonden en ik heb er van genoten. Delfshaven ligt mij nog erg aan het hart, ik heb er gewoond in de Albrecht Engelmanstraat, in de 2de Schansstraat en na mijn huwelijk op de Oostkousdijk. Ik heb aan al die adressen warme herinneringen.

Ik herinner mij ook dat in de Achterhaven in 1940 een aantal replica’s heeft gelegen van een aantal oude zeilschepen die daarvoor in een tableau op de Nieuwe Maas hebben gelegen, ik dacht op de hoogte van het park. Ze lagen gemeerd aan een aantal pontons, een eindje uit de wal, er stonden wat huisjes op en er liepen mensen rond in kleding van die tijd. Ik was toen 11 jaar oud en dat tableau heeft op mij een onvergetelijke indruk gemaakt. Ik weet niet meer waarom die schepen daar lagen, het was ter herdenking van het een of ander, maar ik weet niet meer wat dat was. Ik heb daar nooit enige foto van gezien. Bestaan die en hoe kom ik daaraan.

In de zestiger jaren ben ik verhuisd naar Hoogvliet en ben ik werkzaam geweest in het oliegebeuren. Na mijn pensionering heb ik de gelegenheid gehad om een lang gekoesterde wens in vervulling te doen gaan en heb ik mij kunnen bekwamen in de schilderkunst.  Ik stuur in een aparte mail een paar van mijn werkstukken op.

Met vriendelijke groeten,

 Harm Jager.

Hieronder twee prachtige aquarellen die de heer Jager mij stuurde, met de toestemming ze hier te plaatsen. Meer over Harm Jager en zijn werk is te vinden op zijn website: http://jager.open-src.nl

Historisch Delfshaven

Historisch Delfshaven


Delfshaven, door de heer P.J. Lookerman

Mijn complimenten over de website Delfshaven, die voor mij, niet gedacht, toch wel enige emotie losmaakt nadat ik al die foto’s weer had gezien. Ik zal het een en ander over mij zelf vertellen wat in mij loskwam na het zien van uw site.

Ik ben geboren en getogen Deflshavenaar; ben in 1937 geboren in de Gijsingstraat, waar Ik heb gewoond tot ongeveer 1960 en toen naar het noorden verhuisd, en ben nu 70 jaar.

Het zit nog in mijn geheugen, terug van mijn geboorte, wat ik nog weet van mijn levensloop. Mijn geboorte was in de Gijsingstraat; daar woonde mijn Oma en Tantes. Wij woonden daar ook, zover als ik weet en mij verteld is inwonend, en daar ben ik geboren. Hierna heb ik op verschillende plaatsen gewoond in de Gijsingstraat t.w over het Grote Visserijplein: huis met souterain (voor de oorlog). Aan de overkant was een bontzaak, zover als mijn geheugen toelaat. Hierna zijn we verhuisd naar Nr.36. Op de eerste verdieping er onder woonde mijn oma, weet niet hoe lang ik daar heb gewoond. Toen zijn we verhuisd naar Nr.45 waar ik heb gewoond totdat ik het huis uit ging.

Ik denk dat alles ging zoals toen bij iedereen: mijn vader en moeder moesten werken om aan de kost te komen. Zo kwam ik nogal op verschillende scholen terecht. De kleuterscholen die ik in mij jonge jaren opzocht waren en zijn misschien nog voor meer mensen herkenbaar. Zat op school Piet Heynsplein, om de hoek waar, zover ik weet, ook het huis van Piet Heyn is gevestigd. Ook in de Schoonderloostraat, waar ik ook in een kosthuis heb gezeten. Ook zat ik achter in het verlengde van de Bruinstraat op de kleuterschool. Je had daar ook na de oorlog het Badhuis zover als ik weet; met de trap naar beneden.

De jaren daarna weet ik niet zoveel meer van, tot het bomberdement op Delfshaven. Ik weet wel dat ik af en toe honger had en moeite had om naar school te gaan, maar soms kon ik bij m'n tante nog wel iets eetbaars halen.

De dag van het bombardement staat in mijn geheugen gegrift. Ik was juist op de Schiedamseweg geweest om een boodschap te doen in een kruideniers zaak die naast een juweliers zaak was. Ik weet dat omdat mijn tante Jo daar boven woonde. Ik kwam thuis in de Gijsingstraat No.45 toen het luchtalarm ging. Ik zag de vliegtuigen. De bommen vlogen je om de oren. De ramen in de huizen eruit. Een en al stof in de straat. Bij mijn tante aan de overkant lag een blindganger voor de deur. Hierna kwam mijn tante Jo gillend bij mijn moeder binnen in de Gijsingstraat: haar huis was gebombardeerd. Ons huis was nog heel; wel de ruiten eruit en veel stof. Tijdens de oorlog weet ik nog dat mijn vader naar Duitsland is gedeporteerd en daarna ook weer thuis kwam.

Na de kleuterschool ben ik naar de lagere school gegaan, op het Bospolderplein t.w. de Dr. Wolterschool. Die ik ook heb afgemaakt. Dat was al in de oorlogsjaren 1944 tot 1952. Ik weet nog hoe ik naar school ging, de Schiedamseweg overstak waar de tram lijn 10 en lijn 4 uit Schiedam reden. Hierna liep ik door naar Bospolderplein, waar in de straat een juwelier en de Gereformeerde kerk was waar ik langs kwam, tot ik op school was. Tijdens de oorlog weet ook nog: we speelde in de puin klommen in de kapotte huizen. De Duitsers oefende daar en zochten we lege kogelhulzen. Alles was gebombardeerd tot aan Marconiplein toe.

Mijn schooljaren gingen door. We speelden op Bospolderplein waar ook een vriendje van me woonde; ik weet niet meer wie, in me geheugen, maar was dikwijls bij hem thuis. Ik ging ook wel de spoorbrug over; stond daar te kijken naar de treinen en ging ook van daar naar het zwembad "de Kous". Dat was een buitenbad, voel nog het zand tussen mijn tenen. Later kwam ik daar terug toen ik voer, en het zwembad er niet meer was.

Wat ik me nog herinner uit mijn straat: dat als het gesneeuwd had de straten zo mooi wit waren. Als je 's morgens buiten kwam was er geen voetspoor te zien en auto's waren er nog niet. We speelden in een lege straat, de melkboer kwam nog met een hondekar en de bakker was Van Meer en Schoep. de lorre- en schilleboer met paard en wagen. 's Morgens werden we wakker gemaakt door het luiden van de Katholieke kerk die aan het einde van de straat was.

De Schiedamseweg: je kwam er altijd. Ik weet nog van mijn Oma’s kant hadden ze vroeger, voor de oorlog, een slagerij aan de Kolk. Ik weet nog van mijn jonge jaren dat ik op de padvinderij zat aan de Kolk, de brug over en door het nauwe steegje naar de Schansstraat naar huis ging. Ik weet dat nog op het ijs heb gespeeld in de Kolk. Café het Kraantje was zover ik weet nog familie van een tante van me die getrouwd was geweest met een ome van me. Ging vroeger altijd naar mijn ome die op de Rochussenstraat woonde en naar mijn oma waar ik met lijn 10 naar toe ging, maar die woonde op Zaagmolendrft op noord, voor een zakcentje.

Altijd de bruggen waar je over ging naar de Nieuwe Binnenweg, plantsoen en naar Bioscoop Kapitol, schaatsen en glijden op de singels, een tramremise was er, je liep altijd in de winkels te kijken. Als ik van mijn ome terug kwam uit de Rochussenstraat moest ik altijd de bruggen over en wat Ik me daar nog van herinner: je had op de hoek Schiedamseweg naar Mathernesserdijk een winkel van Kok bedrijfskleding. In de zijstraat zat Roelofs, de stomerij waar tantes van me werkten en ik ook wel bedrijfsfeesten heb meegemaakt. Op een er van waren toen nog de Kilima Hawaians.

Als je verder de Schiedamseweg afliep kwam je langs de apotheker en zo bij Prinses Theater waar ik als kind menig uurtje heb doorgebracht. Ik herinner me nog de kassière in de hoek met de portier die er bij stond om kaartjes te verkopen, en dan was het meestal zijbalkon boven de foyer of soms het achterbalkon. Gingen naar de film van Roy Rogers of Jean Autrie. Als je binnenkwam zag je de portier die je kaartje afscheurde, de rode vloerbedekking en ging je in het bijna-donker de hol af, naar je plaats zijbalkon. Ik weet nog dat er variété werd gegeven op het toneel van de bioscoop.

Schiedamseweg, veel winkels. Op de hoek had je de Spaarbank (Rotterdamse meen ik) en aan de overkant Café de Grote slok, bij de Spaarbank ging ik de hoek om en daar stond meestal een groentekar, Appie dacht ik dat hij genoemd werd, hij was een joodse man. Dan liep ik langs de Katholieke kerk, oversteken naar de Gijsingstrraat, waar je op de hoek een beeldenwinkel had naast de sigarenboer waar ik altijd sigaretten voor mijn vader moest halen. Doorlopen langs de radiozaak. Als je verder doorliep kwam je bij van Bekkum de groenteboer en aan de overkant de kruidenierszaak en was ik thuis. Weet nog dat toen de oorlog was afgelopen we kaakjes kregen en wittebrood (Zweeds meen ik). Voor die kaakjes liep je achter een vrachtwagen aan die ze in grote blikken distribueerde en de straat feesten; veel muziek en dansen na de oorlog.

De lagere school waar ik op zat afgemaakt; in en na de oorlogsjaren was ik veel thuis; slechte cijfers; ik had ook nog muziekles op school. Speelde piano bij een leraar die me les gaf en waar ik in het gymnastiek lokaal mijn stukje moest spelen, wat niet altijd prettig was als het niet goed ging. School verlaten en naar de Ambachtschool op de Beukelsdijk, de Mathenesserdijk over naar school. Ging niet goed; een jaar opgezeten. Hierna naar Schiedam op de Ambachtschool, wat wel goed ging; ook redelijke cijfers.

Schiedam was wel een fijne school, bleef veel over, naar het Sterrenbos, of ging wel eens tussen de middag naar huis als ik de brommer van mijn tante Aal mocht gebruiken, een Mobylette, anders was het afzien over de Rotterdamsedijk, vooral 's winters op de dijk. Ja, de Ambachtschool afgemaakt met een redelijk resultaat, ook nog naar de Avond Vaktekenschool op aanvulling van de dagschool. Nou, ze vonden dat ik nogal redelijk kon tekenen en inzicht had, dus ik zou maar naar de tekenkamer moeten. Nou dat gebeurde ook. Het was, denk ik nog te weten, in de Schans. Het was een fabriek waar ze bakkerijmachines maakten, maar dat heeft niet zo lang geduurd want ik stond meer aan 't lichtdruk copieerapparaat dan dat ik tekende. En stinken naar ammoniak.

Ik ben toen op de borstelfabriek gaan werken. Moest ik altijd over de Abraham van Stolkweg naar Overschie; met het pontje over en dan was ik er. Dit was van 1953 t/m 1955.

Hierna ben ik bij het droogdok gaan werken en gelijk zat ik op de Machinistenschool op de Willem Buytewechstraat waar ik mijn Motordrijversdiploma heb gehaald. Lopend op weg naar het droogdok, Schiedamseweg oversteken, langs de Slagerij op de hoek. De Spanjaardstraat in langs Bakkerij de Boer en dan naar het Hudsonplein, langs de vismarkt oversteken naar de Dockyard en met de boot ging je naar het droogdok.

Machinistenschool aan de Willem Buytewechstraat. 1952 - Gemeentearchief Rotterdam

Als ik nu terugkijk in mijn huidige tijd is dat nog een hele ervaring. Kijk niet slecht terug op deze tijd; was er even tijd op de fabriek dan nam ik de opstap auto en ging kijken in de smederij, walserij, of op een van de grote schepen die aan de wal of in het droogdok lagen voor reparatie. Dat was van 1955 t/m 1956.

In die tijd was het ook dat we veel gingen dansen bij Rockes Biest, zover als deze mensen heten. Het was in een souterain, in een voor- en een achterkamer; trapje af; er stonden banken in de kamer; muziek in de achterkamer en dan werd er gefoxtrot. 's Zondags vrij dansen in de Visserijstraat. We gingen ook wel dansen op de Mathenesserweg/Marconiplein naast Café Matador. Ik weet ook wel dat ik ging dansen op de Nieuwe Binnenweg en Roterdam-zuid naast Bioscoop Colloseum. Hierna ben ik gaan varen bij Nievelt Goudriaan; diploma gehaald en 2e machinist geworden. Dat was vanaf 1955 t/m 1963.

In de tussentijd gebeurde ook nog wel het een en ander: verkering gekregen en mijn huidige vrouw ontmoet. Die woonde toen in de Schansstraat, is later verhuisd naar de Spanjaardstraat. Zat toen al op Zee. In 1957 verkering, 1959 verloofd en 1960 getrouwd en met tussenpozen was ik steeds voor een half jaar weg met de boot en had daar tussen studieverlof. In 1960 getrouwd op zaterdag vanuit de Spanjaardstraat; daar woonde mijn schoonmoeder en -vader. Toen was de markt er nog. Vanuit ouderlijke huizen getrouwd, naar het stadhuis op de Coolsingel. Hierna nog een tijdje ingewoond bij m'n schoonmoeder terwijl ik af en toe thuis was van zee.

Niet lang ingewoond; kregen we een huisje in de Woelwijkstraat R’-Dam Noord. Nou, daar moest nog al het een en ander aan verbouwd worden. Nou, nadat we sleutelgeld hadden betaald, hebben we het toch gedaan. De vloeren liepen zo schuin af dat als je in de voorkamer een knikker op de grond gooide, deze uit zichzelf naar de achterkamer rolde. Van drie kamers twee gemaakt. De aanrecht zat tussen de schoorsteen. Er werd een keuken gebouwd op de waranda. Alles geschiedde door mijn ome Henk en neef Karel. Toen alles klaar was was het een paleisje: cole vinyl in slaapkamer en in de woonkamer, en in de gang Jabo. Maar ja, ik moest toch weer naar zee. Dus wat gebeurde: mijn vrouw werkte in die tijd nog en die was er meer niet dan wel, sliep bij mijn moeder en tante. Als ik thuis was woonden en sliepen we in ons huisje. Nou, dat hebben we tot 1963 volgehouden. Toen was ik uitgevaren, want ik moest 6 jaar varen voor de diensttijd.

Hierna zijn we in Spijkenisse gaan wonen. Een flatje in de Fuchsiastraat. Toen was ook de tijd dat ik moest gaan studeren: tot ’69 om mijn diploma’s te halen voor de Chemie. In deze tijd werden ook de kinderen geboren: 1964 Piet en in 1966 Marga. In 1963 ben ik bij de staatsmijnen gaan werken in Geleen, waar ik mijn opleiding voor de Chemie in de Botlek kreeg, bij de Chemische Industrie Rijnmond. We hebben tot 1966 gewoond in Spijkenisse en daarna verhuisd naar Den Brielle, waar we een eengezinswoning kregen met een mooi tuintje voor en achter. Alles ging voorspoedig en in 1968 van baas veranderd en naar de Esso Chemicals gegaan, waar ik tot mijn pensioen heb gewerkt: 1998. In 1974 hebben we een huis gekocht op de Welleweg waar we tot heden nog wonen en waar de kinderen uit huis zijn getrouwd. Inmiddels is er tussendoor veel water door de zee gegaan. Mijn kinderen hebben beide kinderen die nu ook al groot zijn.

Het is nu 2007 op het moment dat ik dit schrijft, mijn vrouw Greet is 68 jaar en ik ben 70. We zijn 47 jaar getrouwd en gaan gewoon door. We hebben onderlaatst nog een reunie gehad met allemaal mensen die in onze straat hebben gewoond en van mijn leeftijd waren. Was erg leuk.

Ja, waarom schrijf je dat nu allemaal op? Nou ik zag die foto’s van Delfshaven gisteren en ik heb een poosje wakker gelegen en dacht toen: ik ga het allemaal opschrijven en dat is vandaag gebeurd.

Via E-mail, dd. 6 december 2007


Reactie via website Delfshaven, door de heer Dick Otte

Beste Heer J.Smits,
Heeft me geweldig veel gedaan, uw website. Er is behoorlijk wat werk verricht op historisch gebied, zodat ik nu pas weet waar ik vroeger heb gewoond en al dacht aardig wat te weten over de historie van Delfshaven. De beelden daarbij ontbraken echter.

Misschien ben ik nu een Pietje precies, maar het viel me op onder hoofdstuk Havenhoofden met een zicht over de Ruigeplaatbrug met in westelijke richting een nog maagdelijk Bospolder, dat, als ik het goed begrijp een wat wittig huis dat aangeduid wordt als de plaats waar het Hudsonplein zal komen. Naar mijn idee en bij zoeken op het plaatje van scheepswerf Wilton, ook inderdaad, blijkt dat het witte huis de Villa van Bart Wilton is. Die staat er nog steeds dacht ik.

Historisch Delfshaven: Ruigeplaatbrug

Het Hudsonplein komt aan de rechterzijde van de spoorbaan te liggen en is al vaag als een driehoek te zien. (Klopt en bedankt. Heb het aangepast! - Joop) Nu weet ik niet of het rechthoekige deel direct achter de Middenkous ook Hudsonplein heette. Wat ik me nog wel goed herinner is de visveiling of markt aan de Middenkous direct tegenover Tromp en Rueb. Voor ons jongens spannend om te kijken bij al die grote kabeljauwkoppen die er soms lagen en stinken deed het daar ook prima. Later kreeg je een handel in kreeft bij Schiemond. Het afval werd soms langs de sluis gestort met het gevolg, als je te nieuwsgierig was en er in ging zoeken je de kans had de verrotte inhoud van een schaar over je heen te krijgen, zoals mij mocht overkomen.

In het oostelijk deel van de Middenkous werden nog "grote" schepen gerepareerd zoals walvisjagers. Dat moet dan midden tot eind jaren vijftig geweest zijn. Heb zelf nog een blauwe maandag gewerkt bij motoren Fabriek de Maas, voorheen Fa Vennix en Bertou, aan het Buizengat waar nog gewerkt werd in 1971 aan een grote Rijnsleper van Damco. De straat heette Waaldijk. Even opgezocht in het persoonlijk archief bij aanstellingen. Weet dat er ook nog een zeepfabriek stond met luchten waar je onpasselijk van werd. Heb sindsdien ook nooit wat opgehad met sommige Franse kazen. Dat doet me dus gelijk weer realiseren dat het altijd wel behoorlijk smerig rook in Delfshaven, iets dat je niet direct beseft als je die mooie oude plaatjes ziet en denkt: "Goh, wat wat was het toen aardig en bedrijvig. Er gebeurde nog eens wat" .Wat dat laatste betreft, vond ik het facinerend om te zien hoe er assen werden gesmeed bij Wilton. Soms gingen de deuren van de loods tegenover de visafslag open en dan kon je dat mooi zien gebeuren. Mijn grootvader heeft daar ook gewerkt. Scheepswerven zaten in onze familie, m'n zwager heeft gewerkt bij de werf in Schiedam en zelf heb ik nog bij de Gusto gewerkt in de tijd van de Free Enterprise en de Brent Spa, een samenwerking met Wilton Feyenoord.

Vriendelijke groeten en succes met uw site (wat een woord), Dick Otte, een roegere bewoner van de Zeilmakersstraat van het stuk dat er nu niet meer is tegenover de Speeltuin, maar dat is nu veertig jaar geleden. Moet nu net nog denken aan een oude schoolvriend Fred Buis, die vlak bij Het Buizengat gewoond heeft. Wel toepasselijk.

Via E-mail, dd. 13 april 2011



Ook de inmiddels gepensioneerde muzikant Peter Blanker koestert zijn herinneringen aan Delfshaven.

TOP

©   J.G. Smits Delfshaven 2003