VOORBLAD - INLEIDING - 1400-1700 - 1700-1900 - ERFGOED - PERSOONLIJK - WEBLINKS
Erfgoed - Kraanhuis terug naar het erfgoed-overzicht    

De rijk versierde cartouche aan de gevel van het Zakkendragershuisje vermeldt 1653 als bouwjaar. Dat geldt wellicht de aanbouw voor het Zakkendragergilde en het bijbehorende torentje met de luidklok. Het geldt echter niet voor het Kraanhuis. Op kaarten die zijn gedateerd op 1632 is het Kraanhuis namelijk ook al ingetekend, nog zonder de aanbouw voor de de zakkendragers. Zelfs op een kaart uit 1573 van Jan Janszn Potter is op deze plaats aan de Kolk iets te zien dat weinig anders kan zijn dan dit sluisgebouwtje.
De Kolk te Delfshaven, G.Groenewegen (uitsnede), eind 18e eeuw. Links het Kraanhuis met de tredmolens. Het Kraanhuis is gebouwd op een grote natuurstenen overkluizing.



De Nieuwe- of Oosthaven uit 1451 (later de Achterhaven) en destijds volgens oude prenten weinig meer dan een flinke inham, werd tussen 1540 en 1560 verlengd. Die nieuwe haven kreeg een versmallende uitloop die, in een flauwe bocht vanaf de achterzijde van de Oude Kerk, doorliep tot aan de Voorstraat en de Kolk. Dat nieuwe gedeelte werd ook wel het Achterwater genoemd. Het lijkt aannemelijk dat het tot stand brengen van een sluisverbinding met de Kolk de aanleiding was voor die merkwaardige smalle uitloop van de Nieuwe Haven.

De naam Kraanhuis refereert aan de hijskraan waarmee een sluisdeur kon worden opgehesen. De sluis bevond zich zich onder het kraanhuis tussen de Kolk en het Achterwater. Deze sluis kon worden afgesloten met een grote schuif- of schotdeur, die door middel van loopraderen werd opgetrokken. Dit gebeurde door de twee sluisknechten, die in een dubbele tredmolen liepen. De as tussen die tredmolens diende als windas om de schuifdeur op te hijsen. In die grote schotdeur waren ook nog vier kleinere schuiven, die door liggende windassen konden worden bediend. Dit mechanisme vulde nagenoeg de gehele ruimte.

De Aalbrechtskolk was een schutsluis. Door middel van grote sluisdeuren in zowel de Hoge Zeedijk als die bij de Oude Kerk kon de waterstand in de Kolk worden gereguleerd. Zo konden de schepen het verschil in waterstand tussen de Maas en de Schie overbruggen. De Maas stond in directe verbinding met de zee.

De sluis onder het Kraanhuis vormde een doorgang voor kleinere boten, om snel met hun lading van de Kolk naar de Achterhaven te kunnen varen en vice versa. Mogelijk was het ook bedoeld als spui om de druk op de sluisdeuren bij de Oude Kerk te kunnen verminderen, waardoor ze gemakkelijker waren te openen.

achterwater 1850
Een schilderij van P.G. Vertin uit 1850 toont de Voorstraat zijde van het Kraanhuis, vanaf het Achterwater. Hij was een romantische schilder die niet bepaald bekend stond om zijn exacte weergave van de lokale topografie. Deze versie (er zij er meer) klopt redelijk met de kaarten uit die tijd. Ik heb deze tekening vooral gebruikt om een indruk te geven hoe het water onder het Kraanhuis en de Voorstraat doorstroomde.

NB. Op een kadasterkaart van 1811-1832 wordt dit water beschouwd als een deel van de Nieuwe Haven
(sinds de annexatie 1886 de Achterhaven) en de weg erlangs, helemaal tot aan het Oosterhoofd bij de Maas, noemt men het Achterwater
.


In 1836 raakte de kraansluis in onbruik en in 1850 werd het achterwater gedempt.

Volgens de geschiedschrijver F.J. Kleijn werd de kraansluis in 1836 gedicht met een keermuur met daarin tot 1850 een kleine valdeur om te kunnen spuien naar het Achterwater. De hijstoestellen in het Kraanhuis werden verwijderd. Er ontstond ruimte voor "de brandspuit Nº 3" en een lokaal voor de nachtwacht, met elk een eigen ingang met boogdeur.

De recente foto hieronder toont het Kraanhuis en het Zakkendragershuisje vanaf ongeveer dezelfde positie als het schilderij hierboven. Aan de foto's uit verschillende periodes en de historische prenten is goed te zien dat er in de loop der eeuwen nogal wat aan het uiterlijk van het Kraanhuis en het Zakkendragershuisje is verbouwd. De twee deuren in het kraanhuis die op de prent hier boven te zien zijn komen we ook tegen op oude foto's. Bij de renovatie in 1964 zijn ze dichtgemetseld. Toen zijn in de zijgevel ook vier 17e eeuwse gevelstenen van elders afgebroken historische panden aangebracht.

achterwater kraanhuis

L.J. Lehman 1866

Op de pentekening van L.J. Lehman 1866, hierboven, zien we dezelfde vier vensters als op de tekening van Groenewegen. Er zijn alleen twee boogvensters bijgekomen op de plaats van de tradmolens. De foto hieronder toont twee dubbele vensters. Die zijn tegenwoordig enkelvoudig.

Historisch Delfshaven: Kraanhuis

De foto uit 1913 hierboven laat het kraanhuis zien met een grote deur in de zijmuur, waarschijnlijk om het in en uit rijden van de spuitwagen van de brandweer mogelijk te maken. Die werd, zoals hierboven vermeld, hier gestald nadat de kraaninstallatie was verwijderd. Deze poort is bij de renovatie weer dichtgemaakt.

Het Kraanhuis in de jaren zestig, voor de restauratie. Het pand deelt hier nog een aantal karakteristieke uiterlijke kenmerken met het kraanhuis op de prent van P.G. Vertin uit 1850, zoals de opvallende boogdeuren, die bij de renovatie zijn verdwenen. Het was dus geen restauratie want de historische waarde als erfgoed werd ondergegeschikt geacht aan de toebedachte gebruikswaarde.

Historisch Delfshaven: Kraanhuis in de jaren zestig
en in 2005
Historisch Delfshaven: Kraanhuis 2005 Historisch Delfshaven: Kraanhuis Kolk

Blijkbaar is er in de loop der tijd weinig cultuurbewust met dit belangrijke erfgoed omgesprongen. Er is erg veel aan het huisje verbouwd. Je gaat je afvragen hoeveel ervan nog echt uit de 16e of 17e eeuw dateert.

HetZakkendragershuisje is aan het Kraanhuis vastgebouwd.



legal disclaimer terug naar het erfgoed-overzicht
TOP

©   J.G. Smits Delfshaven 2003