VOORBLAD - INLEIDING - 1400-1700 - 1700-1900 - ERFGOED - PERSOONLIJK - WEBLINKS
Erfgoed - de Oude Kerk, bouwhistorie terug naar het erfgoed-overzicht    

Oude- of Pelgrimvaderskerk, Aelbrechtskolk 20

In vroeger tijden stond het christelijk geloof centraal in elke westerse leefgemeenschap. De diaconie van een kerk bekommerde zich - als enige organisatie - om het maatschappelijk werk, zoals de zieken- en armenzorg. In tijden van rampspoed, verwarring en verdriet zocht men de kerk op, om troost, bescherming en een gevoel van zekerheid te vinden. Een kerkgebouw was daarvan het duidelijk zichtbare, en regelmatig hoorbare, symbool. Een kerk was dan ook eeuwenlang het centrale punt in elke stad en elk dorp.


De Oude of Pelgrimvaderskerk werd in 1417 gebouwd als St. Anthonis Capel. De vroegste geschiedenis van dit markante gebouw is enigszins in nevelen gehuld, maar vanwege de viering van het zeshonderdjarige bestaan in juni 2017, en de bijbehorende expositieposter, toch de moeite waard om het eens goed uit te pluizen. Tenminste, zover dat mogelijk is; de heer Bas van der Wulp, publieks-archivaris van Archief Delft, wist mij te vertellen dat veel archiefstukken, die in het Delftse stadhuis lagen opgeslagen, bij de grote stadsbrand van 1536 verloren zijn gegaan.

Diverse historische instanties blijken in hun publicaties uit te gaan van een latere bouwdatum dan 1417. Mogelijk een misconceptie vanwege de vele noodzakelijke verbouwingen die de kerk moest ondergaan in de loop van haar -ononderbroken- actieve bestaan als geloofsruimte. Een interessante vraag werpt zich op.
Is dit wellicht de oudste nog bestaande kerk, of zelfs het oudste gebouw, van Rotterdam?


Anthoniscapel

Uitsnede uit waarschijnlijk de meest gedetaillerde oude prent met de kerk, getiteld: Stadthuys op Delfts Haven mitsgaders de Kerck aldaer, van outs genaemt st. Anthonis Capel - Coenraet Decker, 1667


15e eeuw - bouw St. Anthonis Capel

Hoewel de parochie Schoonderloo beschikte over een Rooms-katholieke kerk, besloot Delft al snel om een eigen gebouw voor de eredienst te laten neerzetten. In 1416 werd begonnen met de bouw van de Rooms-katholieke Sint Antoniuskapel. De schrijfwijze van namen was vroeger niet strak aan regels verbonden.

Het boek "Beschrijving en geschiedenis van Delfshaven, benevens van Schoonderloo en Slot Spange" van F.J. Kleijn, in 1873 uitgegeven door Joh.L. van der Pauwert, vertelt op pag.12 het volgende:

1416.

CONSENT TOT HET STICHTEN VAN DE St. ANTHONIS KAPEL.

Door de gunstige ligging en bovengemelde voorregten, vermeerderde het getal inwoners zeer spoedig, en werd de stichting van een bedehuis wenselijk. Hertog Willem van Beijeren gaf zijne toestemming, verklarende in een brief, geteekend en bezegeld in den Haag, den 28sten Augustus 1416, dat Hij voor zich en Zijne nakomelingen, veroorloofde en consenteerde, dat de stad Delft uit eigen erve en goederen mogt vestigen, inrichten en beschenken eene eeuwige Kapel op de Nieuwe haven ter Eere Gods, zijne gezegende Moeder Maria en de heilige St. Anthonij, de ordonnantiën, stichting en voorschriften geheel aan de Stad Delft overlatende ten eewigen dagen, zonder eenig recht voor zich of zijne nakomelingen.

Bekijk originele oorkonde. Kleijn's boek beschrijft verder tot in detail hoe Philips Jan Willemszoon door de Bisschop van Utrecht tot kapelaan werd benoemd. We gaan verder op pagina 13:

1417.

DE St. ANTONIJS KAPEL

Aan de oostzijde van de Haven, nabij de sluis, werd de Kapel gebouwd, zijnde een kruiskerk, tamelijk ruim; het middenschip rustte op 2 rijen pilaren, de zijbeuken waren zeer laag, het dak daardoor zeer stijl, en dientengevolge de inwendige vorm niet behaaglijk; een koepelvormig torentje rustte op het kruisdak; een schuin aflopende gevel met 2 lage zijvleugels vormde het front, in het midden waarvan de deur was, tot ingang bestemd; daarboven een groot raam; in de punt was een rond raam aangebragt; boven op de puntgevel prijkte een Romaansch ijzeren kruis: in de zijvleugels waren 2 kleine smalle ramen aangebragt; de plaats, bestemd voor het zangkoor, was aan de binnezijde tegen den voorgevel. Bij de kapel was een terrein voor kerkhof ingerigt, en rondom met geboomte beplant.

De Anthoniskapel werd dus gebouwd als laat-middeleeuwse kruiskerk, met het middenschip rustend op twee rijen pilaren en lage zijbeuken. Dit noemt men een pseudobasiliek. Het dwarsdeel van de kruisvorm noemt men het transept of de dwarsbeuk. De uiterste tegenoverliggende delen daarvan zijn de koren. Het korte gedeelte van de liggende kruisvorm is het hoofdkoor of hoogkoor. Dat is de aangewezen locatie voor het hoogaltaar en dat is altijd in het meest oostelijk gelegen deel van een R.K.-kerk.

In 1464 werd naast de kerk een losstaand klokhuis gebouwd, zoals is te zien op de afbeelding van Decker hierboven. Hierin kwam de door de gebroeders Hoerken gegoten luidklok te hangen. Deze klok had een diameter van 1,02 meter en een hoogte van 1,12 meter. Deze grote klok werd uiteindelijk vervangen nadat er een barst in was ontstaan.

Toen in 1874 de Ruigeplaatsluis in de Schiemond gereed kwam kon de Kous worden afgedamd. Daarvoor lag de haven waaraan de kerk stond buiten de zeedijk en via de Maas in open verbinding met de Noordzee. Bij hoog water op zee en harde zeewind had de kerk veel en vaak te lijden van inkomend water. Dat gebeurde al vrij snel na de bouw, tijdens de verwoestende (tweede) St. Elisabethsvloed in 1421.

Historisch Delfshaven: overstroming Sluis Water over de Sluis, 14 november 1775, kopergravure van Noach van der Meer, naar Hendrik Kobell

Deze 18e-eeuwse prent illustreert, met veel gevoel voor dramatiek, de steeds terugkerende wateroverlast die leidde tot verzakkingen en andere schade. Dat maakte kostbare herstelwerkzaamheden en verbouwingen noodzakelijk om de structurele integriteit van het gebouw te kunnen waarborgen.

In 1488-'89 werd Delfshaven volledig geplunderd door de Hoekse troepen van Jonker Frans van Brederode tijdens een laatste opvlamming van de Hoekse en Kabeljouwse twisten. Huizen en schepen werden hierbij in de as gelegd. De Anthoniskapel was in die tijd nog één van de weinige stenen gebouwen aan de haven. Eventuele schade aan de de kapel bij deze brandschatting is niet gedocumenteerd.


16e eeuw - verbouwing

Een boekje over deze kerk uit 1995, geschreven door drs. Jaap Versluis (uitgever SOHK), vermeldt:

Een rekeningenboek over de jaren 1529/1530-1551/1552 geeft een overzicht van de onderhoudswerkzaamheden, die in die tijd in de kerk werden uitgevoerd. Zo werd de kerkvloer met drie schepen zand opgehoogd, waarna metselaars de vloer hebben gelegd.
    en
ln 1546 vond er een verbouwing plaats van het koor en het kruiswerk, dus de oostkant en de dwarsbeuk. Jacob den Decker kreeg opdracht om het Onze-Lieve-Vrouwekoor af te breken en Symon Dierck moest hetzelfde doen met het Hoogkoor en het Sint Jacobskoor. Tevens dienden zij de stenen schoon te maken.

Er was dus kennelijk sprake van drie koren. Het zou dan een driebeukig gebouw in de vorm van een pseudobasiliek geweest kunnen zijn, met hoofdkoor (hoogkoor) en kleine nevenkoren. Mogelijk werden de koren te klein en te smal bevonden en heeft men ze daarom gewijzigd in een dwarsbeuk met een kort breed koor waardoor meer ruimte ontstond.

(Met dank aan de heer Peter Heisterkamp, secretaris van de Stichting Oude Hollandse Kerken voor het toesturen van informatieboekjes en de heer Albert Reinstra van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor het opzoeken van bovenstaand citaat en de tekstinterpretatie)

In het midden van de 16e eeuw werd, langs de achterkant van de kerk, het Achterwater gegraven, als verlengstuk van de Achterhaven en vermoedelijk met een doorvaart naar de Kolk via een sluis, waar in later het Kraanhuis werd gebouwd, nu vooral bekend als het Zakkendragershuisje.

De drie-Schieën kaart is de oudste bekende tekening waarop de kerk staat afgebeeld.

Historisch Delfshaven:  kaart drie schieen

Rotterdam en Delft hadden in 1512 een hoog opgelopen conflict over hun beider bemoeienis met de Schie. Voordat deze onenigheid voor de Hoge Raad van Mechelen juridisch zou worden uitgevochten, liet Delft een kaart van de drie Schieën vervaardigen. Hiermee wilde ze haar standpunt in de situatie voor de Raad inzichtelijk maken. Deze kaart geeft ons nu, vijf eeuwen later, enig inzicht in de zestiende-eeuwse bewoning in dit deel van het Schieland. Overigens verloor Delft de rechtszaak, ondanks deze mooie kaart.

Historisch Delfshaven: 1840

De andere plattegrond brengt de visserij in de Maas in 1540 in kaart. (uitsnede)
Klik op de uitsnede om de grotere kaart te zien. Beneden aan de tekening loopt de Zeedijk naar Schiedam en naar boven gaat het richting Rotterdam. De binnendijk van de Schie loopt uiteraard mee naar Delft. Bij de Schiemond staan visnetten afgebeeld, het is dan ook een kaart over de riviervisserij nabij Delfshaven. Het is goed te zien dat de Achterhaven aanvankelijk niet veel meer was dan een soort inham met een aanlegkade.

U kunt op beide bovenstaande kaarten klikken om de grotere versie te openen.

NB: Deze kaarten werden vervaardigd met een ander doel dan het exact weergeven van gebouwen. Het doel was respectievelijk het benadrukken van het belang van de drie Schieën voor Delft en het in beeld brengen van de riviervisserij op de Maas. Detail: De lokatie van het klokhuis en ook de vorm van de kerk wordt op de twee kaarten verschillend weergegeven.

Historisch Delfshaven: Tekening uit 1613 van Willem Luysz van Kittensteyn

Tekening uit 1613 van Willem Luysz van Kittensteyn: Spaanse troepen plunderen Delfshaven in 1572.

Op de voorgrond de Delfshavense Schie, de twee sluisbruggen aan weerszijde van de Aelbrechtskolk en de Spaanse troepen die, komend vanaf de Rotterdamse Dijk en de Binnenweg (links) op het Lage Erf worden bevochten. De opvallende torens op de bruggen over beide sluizen zijn ook te zien op de twee bovenstaande prenten uit deze periode. Bij opgravingen in het begin van de 20e eeuw is een deel van de boog van deze sluis teruggevonden.zie hier.

In 1574, twee jaar na de beeldenstorm en het vertrek van de Spaanse troepen uit Delfshaven, besloot Delft om de St.-Anthoniskapel aan de Nederlands Hervormde Kerk toe te wijzen. Ds. Cornelis Christiaanszoon werd aangesteld als haar eerste Hervormde predikant. Omdat het Protestante geloof geen heiligen vereerd, zoals Sint Anthonius, is het aannemelijk dat vanaf die tijd de naam "Oude Kerk" gangbaar werd.

De Spaanse troepen hadden de Rooms-katholieke kerk in Schoonderloo verwoest, dus na het verlies van hun Delfshavense kapel moest de kleine overgebleven katholieke gemeente in Rotterdam ter kerke gaan.


17e eeuw - geen vermeldenswaardige verbouwingen, wel prachtige illustraties

Een eeuw die, naar het zich laat aanzien, verliep zonder noemenswaardige verbouwingen. Dus voor onze Delfshavense kerk lijkt dit met recht een Gouden Eeuw te zijn geweest. Uit deze periode stammen mooie prenten van de Oude Kerk. Dit zijn tevens de oudste prenten die deze kerk als onderwerp hebben.

kerk beerstraten
Jan Abrahamsz. van Beerstraten (Amsterdam 1622 - 1666) - Schilder en tekenaar
Van Beerstraten schilderde zeeslagen, havens en stadsgezichten. Zijn werk is van historisch belang omdat hij vaak stadspoorten, kerken, kastelen en andere gebouwen schilderde die niet meer bestaan. Wat opvalt bij deze prent, is de vorm van de torenspits. Op alle andere prenten heeft deze een ui-vormige bekroning. Deze spits zou eventueel een voorloper daarvan kunnen zijn geweest.

Anthoniscapel
Coenraet Decker (Amsterdam 1650 – 1685) - Graveur en tekenaar
Decker was een leerling van Romeyn de Hooghe. In de jaren 1670 werkte hij samen met Dirk van Bleiswijk aan de kaart van Delft: ‘Beschryvinge der stad Delft’.

Historisch Delfshaven: Pelgrimvaders KerkSint Antonyskapel
Abraham Rademaker (Lisse, 1676/’77 - 1735) - Kunstschilder, tekenaar, prentenmaker en -handelaar.
Specialiteit: topografisch getinte tekeningen en schilderde landschappen. Bepaalde gebouwen en landschappen konden ook op bestelling geleverd worden. Zijn gravures waren erg gewild en werden derhalve goed verkocht. De bovenstaande 4 gravures van Abraham Rademaker dateren uit het begin van de 18e eeuw en zijn genummerd, wat doet vermoeden dat ze afkomstig zijn uit zijn populaire prentenboek. Onder op de kaarten staat 1570 vermeld, wat suggereert dat ze zijn gemaakt als een - nogal vrije - interpretatie van de Oude Kerk zo’n anderhalve eeuw eerder. Deze erg herkenbare prenten zijn later door anderen weer gebruikt als inspiratie voor hun eigen lithos, etsen, gravures etc. Vaak ook met de vermelding 1570.


18e eeuw - renovatie

Groenewegen

Gerrit Groenewegen - De Kolk rond 1800 - Oude Kerk met de nieuwe voorgevel en het houten torentje. In het Kraanhuis zijn de twee tredmolens te zien, waarmee twee 'sluisknechten' de sluis konden ophijsen.

In 1761 werd het gebedshuis drastisch verbouwd.

Na metingen was het opgevallen dat de kerk "anderhalve meter in de grond was gezakt". Dat was niet echt zo. Bij herhaalde ophogingen van de omgeving was ook telkens de kerkvloer mee opgehoogd, met minder binnenruimte tot gevolg. Het kon ‘s winters erg benauwd worden onder het lage kerkdak. Het was ondoenlijk om de hele ruimte warm te stoken, dus voor de kerkgangers waren 's winters voetenstoofjes beschikbaar tegen de kou. Dat zijn houten kistjes met gaten aan de bovenzijde en binnenin een bakje met gloeiende kooltjes. Door de combinatie van verbrandingsgassen en natte kleding werd het zo benauwd in de kerk, dat er regelmatig mensen wegens zuurstofgebrek "voor dood naar buiten werden gedragen". Daar moest wat aan worden gedaan. De muren van het middenschip en transept werden, "nadat zij eerst tot halverwege waren afgebroken" (citaat: J.Verheul), met 3.6 meter verhoogd, om zodoende de luchtcirculatie in de ruimte te verbeteren.

De voorgevel werd verbouwd naar de huidige vorm, in de toentertijd populaire régence stijl. De kerkdeur in het midden maakte plaats voor twee deuren aan weerszijde, uitkomend op een tochtportaal. De kleine kruisingtoren (ook wel vieringtoren of dakruiter genoemd) midden op de kruising van de dakconstructie verdween, want de kerk kreeg nu een (houten) klokkentoren achter de hoge voorgevel. Die maakte het losstaande klokkenhuis naast de kerk overbodig. Ook werden de twee achterste kolommen in het middenschip vervangen om de aldaar verzwaarde dakconstructie te kunnen dragen.

NB: Omdat ik verder geen beschrijvingen van grote verbouwingen ben tegengekomen, ga ik ervan uit dat bij deze ingreep ook de steunberen buiten het hoogkoor zijn verdwenen (de oostkant van de kerk). Op de tekeningen uit de 17e eeuw zijn de steunberen nog duidelijk aanwezig, terwijl ze tegenwoordig (en op foto's van begin vorige eeuw) ontbreken. Overigens vermeldt F.J. Kleijn dat in 1873 echter niet in zijn boek "Beschrijving en geschiedenis van Delfshaven, benevens van Schoonderloo en Slot Spange".
Wat hij wel schrijft op pagina 122 is dit:

1761.

VERNIEUWING EN VERHOOGING VAN DE KERK DER GEREFORMEERDE GEMEENTE.

In 1761 had eene belangrijke verandering en groote verbetering ten opzichte van de kerk plaats. Ze werd aanzienlijk verhoogd en vernieuwd. Het midde-pand, boven de twee rijen pilaren, en de kruispanden met het koor, werden twaalf voet verhoogd, en daarvoor twee zware pilaren gebouwd. De geheele kerk werd van nieuwe ramen voorzien; een prêekstoel, die vroeger zijdelings tegen een der pilaren stond, werd in het koor geplaatst, terwijl alles nieuw geschilderd werd. Boven den sierlijke voorgevel werd een koepeltorentje aangebracht, welks spits met een vergulden haring prijkte. In dat torentje werden de klokken gehangen en het uurwerk geplaatst, welke beide, tot dien tijd toe, in het klokkenhuis aanwezig waren. Deze belangrijke reparatie heeft de som van elf duizend acht honderd dertig gulden, negen stuivers, acht penningen gekost. De toren, op Stads kosten gebouwd, was hieronder niet inbegrepen.
       [...dan iets over tijd-verzen, wat heb ik weggelaten...]
Ongeveer zeven maanden waren besteed, om de voorgemelde verandering tot stand te brengen. Gedurende dien tijd werden de Godsdienstoefeningen gehouden in een pakhuis, dat zich van de Nieuwe- tot de Oudehaven uitstrekte, en vrij goede gelegenheid tot het houden van Godsdienstoefening aanbood. Het is thans nog bekend onder den naam van »Pand Bussingh«.

Die voornoemde Stad was tot 1826 uiteraard Delft. Over de verbouwing van het Raadhuis in 1791-'92, naar zijn huidige neo-classicistische vorm, was Kleijn in zijn boek trouwens een heel stuk minder te spreken!
De voetmaat was regio-afhankelijk. Een Rotterdamse voet (11 duimen) was 0,2823 meter, dus twaalf voet is ca. 3,4 meter. De Rijnlandse voet was daarentegen 0,314 meter, wat twaalf voet maakt tot 3,77 meter.


19e eeuw – reparaties

J. Verheul schrijft in zijn boek De Ned. Herv. Gemeente en haar Oude Kerk te Delfshaven (1941)

In 1817 werd de kerk andermaal gerepareerd en de kosten daarvoor konden op stadsrekening worden gebracht. Hoofdzakelijk betrof dit het herstel van den voorgevel, die door den zware belasting van den toren schade had ondervonden. [...] In het jaar 1830 werd de Oude Kerk aan de achterzijde uitgebreid met een consistoriekamer en een kerkeraadskamer, uitkomende aan het Piet Heynsplein.



20e eeuw – restauraties

plafond

Ook in de twintigste eeuw waren er weer grote restauraties aan delen van het kerkgebouw nodig.

De restauratie van 1937 (via ► www.oudeofpelgrimvaderskerk.nl)

Delfshaven had regelmatig te lijden van overstromingen, waarbij het water wel 60 cm. hoog in de kerk stond. Verzakkingen van de muren en kolommen maakten in 1937 een ingrijpende restauratie noodzakelijk.
Er kwam een centrale verwarming die de kolenkachels verving. In plaats van ramen met houten sponningen kwamen er aan de zijkant glas-in-loodramen. De twee voorste kolommen bleken zo rot dat vervanging nodig was, voor de oorspronkelijk ronde kolommen kwamen vierkante van zandsteen. De overige verzakte kolommen werden in het lood gezet. Ook werd de eikenhouten lambrisering in het koor aangebracht.

De restauratie van 1992-1998 (via ► www.oudeofpelgrimvaderskerk.nl)

Aan het einde van de jaren tachtig zag de kerk er verwaarloosd uit en waren opnieuw grote herstelwerk-zaamheden noodzakelijk. De hervormde gemeente, de eigenaar van de kerk, had echter te maken met een teruglopend ledental en een afnemend eigen vermogen. Omdat zij toenemende problemen voorzag, werd contact gezocht met de Stichting Oude Hollandse Kerken. In 1992 nam de stichting het kerkgebouw over en werd begonnen met een grote restauratie. De subsidie was vastgesteld op circa 1 miljoen gulden, de totale kosten van de restauratie bedroegen circa 3 miljoen. Het restauratieplan werd opgesteld door de Haagse restauratiearchitect Laurens Vis.

Naast herstelwerkzaamheden dienden ook nieuwe voorzieningen te worden aangebracht om multifunctioneel gebruik mogelijk te maken. Zo werden de banken in het midden vervangen door losse stoelen en werd het naastgelegen kerkelijk bureau ingericht als ontvangstruimte annex foyer.


Naschrift

Deze laat-middeleeuwse kruiskerk kent dus een buitengewoon interessant en bewogen 600-jarig verleden, waarin het zonder onderbreking een fuctie als kerk vervulde. Of dat genoeg is om officieel een 600-jarige kerk te kunnen zijn hangt er wellicht van af hoe dat wordt gedefinieerd. Naar het zich laat aanzien werden bij de 16-eeuwse verbouwing de originele (van de oude kalkmortel gereinigde) stenen hergebruikt om de vorm van het transept en koor aan te passen. Daarmee blijft de kerk als 'een geheel bestaande uit onderdelen' even oud.

In de 18e eeuw werden twee pilaren vervangen door dikke kolommen, het dak verhoogd, de voorgevel verbouwd en (ervan afhankelijk of steunberen zijn te verwijderen zonder nadelige gevolgen voor de gesteunde muren) misschien ook het hoogkoor vernieuwd. Het vooraanzicht van de kerk veranderde volledig, met de nieuwe gevel en direct daarachter een houten klokkentorentje. Het is maar een van de vele kerkmuren, maar wel degene die het eerste opvalt.

de Kolk vroeger en nu

Om de verschiilen tussen vroeger en nu in één oogopslag te kunnen zien heb ik de prent van Decker en een recente foto nog even "over elkaar gelegd". De bronnen zijn interpretaties: die van de kunstenaar in de 17e eeuw en die van de lens/sensor/chip van mijn compact-camera. Bovendien was mijn camera positie de tegenover liggende kademuur, terwijl Decker tekende vanuit de Kolk. Klik op de prent voor groter.

Ter vergelijking: de St. Laurenskerk werd door de bombardementen in 1940 zwaar beschadigd. Alleen de toren en de zwaargehavende buitenmuren stonden nog overeind na de brand. Tijdens de wederopbouw is de kerk gelukkig weer volledig in de originele staat teruggebracht. De eerste bouwdatum, die duurde van 1460 tot 1525, wordt daarentegen nog steeds aangehouden om deze kerk te dateren.

De kernvraag is dus, hoeveel procent van een gebouw (of het materiaal waaruit het is opgebouwd) moet authentiek zijn, om de leeftijd te mogen koppelen aan de oorspronkelijke bouwdatum?
Deze vraag heb ik op 23 mei 2017, mede namens het nieuw opgerichteGenootschap Historisch Delfs Haven, ter overweging neergelegd bij deRijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Er is ook een algemene pagina over de  Pelgrimvaderskerk en de Pelgrimvaders


NB. Bovenstaande beschrijving is de uitkomst van mijn onderzoek naar het kerkgebouw als historisch object. Op de websites van en over deze kerk en in de kerk zelf kunt u informatie vinden over de achtergronden van het carillon, het orgel en de aan- en bijgebouwen van de Oude of Pelgrimvaderskerk.


29 juni 2017. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft op mijn schrijven gereageerd, bij monde van mw. drs. D.C. Takens, Adviseur architectuurhistorie. De door het RCE vermelde bouwdatum van de kerk wordt niet aangepast. Geïnteresseerden in haar argumentatie kunnen HIER het bericht lezen.

legal disclaimer terug naar het erfgoed-overzicht
TOP

©   J.G. Smits Delfshaven 2003